Grijze Wolven domineren protest tegen genocidemonument

Posted on 21 april 2017

 

Het is zaterdag 1 juni 2014. Enkele duizenden Turken protesteren in Almelo tegen het genocidemonument dat daar op 24 april door de Armeense gemeenschap op een privé-terrein is onthuld. Media omschrijven de protesten als ‘gemoedelijk’ met gezang, gejuich en geklap. Haast een feestelijke stemming. En dat is precies het beeld dat voor buitenstaanders moet worden opgeroepen. Echter, gangmakers achter dit ‘feestgevoel’ zijn nationalistische en extreemrechtse Turken.

 

Een snelle overview van het aanwezige publiek levert al genoeg stof op tot gefronste wenkbrauwen. Van alle aanwezige personen met een vaandel zwaait de overgrote meerderheid met de Turkse vlag. Enkelen dragen een rode banier met zich mee, waarop drie witte halve manen te zien zijn. Deze vlag is de oorlogsvlag van het Osmaanse Rijk. Vooraan, bij het podium spelen enkele mannen marsmuziek. Zij zijn gekleed in traditionele Osmaanse kledij en behoren tot een van de Mehter-orkesten die Europa rijk is. Het oorspronkelijke Mehter-orkest is het oudste militaire orkest van Europa en is vooral geliefd bij Turkse nationalisten. Zij associëren het met de ‘glorieuze’ tijden van het Osmaanse Rijk.

 

Wrang

 

Het is redelijk wrang te noemen dat een Osmaans legerorkest in traditionele kledij optreedt tijdens het protest in Almelo, temeer omdat onder het bewind van het Osmaanse Rijk de Armeense genocide heeft plaatsgevonden.

Aanvoerder van het Mehter-orkest

Maar het is niet de enige provocatie die te horen is, want Ilhan Askin, een van de sprekers, zweept het publiek op tot het naroepen van een leus. ”,Karabach is het graf van de Armeniër” schreeuwt de man vol emotie door de microfoon. Het publiek reageert en de spreker herhaalt de leus . Karabach ligt in het uiterste zuiden van de Kaukasus en kan worden aangemerkt als betwist gebied. Deze regio maakt officieel deel uit van Azerbeidzjan, maar mag in de praktijk vrijwel geheel als zelfstandige staat worden gezien. Het overgrote deel van de bevolking is namelijk van Armeense afkomst die streeft naar zelfbestuur. Daarin vindt zij steun van het nabij gelegen Armenië.

 

Geen discussie

 

Binnen de extreemrechtse beweging onder Turken bestaat er een stroming die een groot Turkije nastreeft, het zogenaamde ‘pan-Turkisme’. Iedereen die binnen het aan Turkije verwante gebied valt wordt gezien als Turk. Azerbeidzjan valt ook onder dit rijk. Ilhan Askin, vertegenwoordiger van de Azerbeidjaanse Vereniging Nederland, die overigens een lidorganisatie is van de extreemrechtse Turkse Federatie Nederland, ageert via de aanwezige pers tegen het Armeense monument. Al eerder publiceerde deze vereniging op haar website een open brief tegen het gedenkteken. “Elk jaar in april krijgen we met een grote groep Armeense lobbyisten te maken die hun interne problemen met Turkije willen projecteren op Nederland. Wij, als ondergetekenden, verklaren hierbij geen Nederlandse inmengingen te willen in buitenlandse zaken waar wij als Nederlanders niks mee te maken hebben. Zonder de discussie aan te gaan of er sprake was van genocide in 1915, vinden wij het onredelijk om een Armeens monument te moeten dulden in Nederland, in het bijzonder in Almelo”, aldus de verklaring.

 

Gedenksteen

 

Een van de organisatoren van de protestbijeenkomst is de Turkse Federatie Nederland, een dekmantel van de Grijze Wolvenpartij Milliyetçi Hareket Partisi (Partij van de Nationalistische Actie, MHP). Erin Ugurlu van de Turkse Federatie Nederland ontkent in een interview met een plaatselijke journalist de genocide op Armeniërs. Deze uitspraak vindt een gewillig oor bij de demonstranten. Zo draagt een van de aanwezigen een bord met zich mee met de tekst: ‘Een monument gebouwd op leugens’.

De deportatie van de Armeense bevolking

Murat Gedik, die namens de Turkse Federatie de pers te woord staat, meent dat de Armeniërs de Turken ten onrechte beschuldigen van massamoord en vindt het woord ‘genocide’ op het herdenkingsmonument niet acceptabel. Hij eist onder andere dat het woord van de gedenkzuil verdwijnt en wil dat de gemeente alle vergunningen betreffende het gedenkteken intrekt. Ook wil hij dat de stenen ter gedachtenis aan de massamoord verdwijnen.

 

Ontkennen

 

Een andere organisator van de protestactie is de Almelose politicus Ugür Çete. In interviews noemt hij de genocide op de Armeense bevolking ´de 1915-kwestie´. Door het een ‘kwestie’ te noemen ontdoet hij het van alle negatieve contonaties. Het ontkennen van deze genocide is een bekend fenomeen binnen de Turkse nationalistische en extreemrechtse gemeenschap. Vanaf de jaren zestig vraagt de Armeense bevolking aandacht voor deze massamoord en de reacties van de opeenvolgende Turkse regeringen waren identiek, namelijk ontkenning of bagatellisering. Een groot deel van deze ontkenning is terug te voeren op een pamflet uit 1916 waaruit zou blijken dat Armeniërs collectief hoogverraad tegen de Turkse staat hebben gepleegd. Deportatie van de overgebleven Armeniërs zou een gunst van de staat zijn geweest om hen te verwijderen uit de oorlogszones. Volgens dit pamflet zou er geen sprake zijn geweest van stelselmatig en opzettelijk doden van deze bevolkingsgroep. Inmiddels blijkt dat Armeniërs wel degelijk regelmatig werden blootgesteld aan pogroms, executies en onteigening.

 

Punt

 

In Almelo spreken op deze zaterdag in juni diverse sprekers hun hoon uit over het gedenkteken van de genocide op de Armeense bevolking. Het publiek klapt. Ondertussen luisteren demonstranten naar nationalistisch getinte liederen zoals het nummer ‘Ölürüm Türkiyem’ (Ik sterf voor jou, Turkije) van de Grijze Wolvenmuzikant Mustafa Yildizdogan. Uit volle borst zingen mannen en vrouwen mee met het refrein. Grijze Wolvenorganisaties hebben hun (politieke) punt gemaakt. Om deze dag, zoals de media die hebben omschreven, als ‘gemoedelijk’ te typeren betuigt van weinig kennis van zaken. Het was een politieke bijeenkomst waar de Armeense gemeenschap het wederom moest ontgelden en waar nationalistische en extreemrechtse sentimenten die middag zijn aangewakkerd.

 

 

Dit artikel verscheen eerder in Buiten de Orde #3 2014

Comments are closed.