Categorized | Overig

Column: Check

Posted on 07 oktober 2012

Wanneer je ‘s nachts over tijgers droomt van vier meter lang die je in donkere bossen aan het achtervolgen zijn, dan zit dat in je genen. In de primitieve tijden werden we namelijk echt door tijgers achternagezeten. Dat is in ons DNA opgeslagen. Om ons alert te houden tegen dierlijke aanvallen dromen we er nog steeds over en zijn we ook overdag in ons gedrag alert op aanvallen. Het zit in ons bloed.

We evolueren. Nieuwe tijgers ontstaan. Nieuwe dingen worden opgeslagen. Uit eigen ervaringen, uit ervaringen van de onzen. Bepakt met koffers wilde ik door DE MUUR. Van Jeruzalem naar Bethlehem. IJzeren draaideur in het vooruitzicht. Ik grijp in mijn tas naar mijn OV-chipkaart. He, wat doe ik nou? Kortsluiting in mijn hersenpan. Ik stop het met moeite terug. Terwijl ik mijn rits weer dichtdoe valt mijn andere tas van mijn schouder. Ik raap het op en wanneer ik opkijk zie ik in het glazen hokje een meisje staan. Haar HTC Prada smartphone weerspiegelt in haar jonge zachte gezicht terwijl ze aan het sms’en is. Ze leunt tegen de ruit. Haar 1,5 meter lange wapen zit haar in de weg bij haar bezigheid en geïrriteerd verplaatst ze die van haar rechterschouder naar de linker. Het wapen glijdt langzaam weer naar het midden en stoot zachtjes tegen haar telefoon aan. Haar telefoon valt op de grond. Net voordat ze het wil oprapen merkt ze me op. Haar ogen zijn gloeiend rood , ze vormen twee laserstralen. De stralen branden door de ruit heen en door mijn schedel. Ik val. In mijn val wordt ik opgezogen door een centrifugerende kolk. Ik kom op een stoel terecht, in een ander land, andere tijd. “Dus, madammetje, u dacht even ons slim af te zijn”, de kolonel grijnst terwijl hij mijn hoofd naar achteren rukt door aan mijn haar te trekken. Bij het spreken landt zijn speeksel op mijn gezicht. “Vindt u het hier niet mooi, meer? Wil madammetje liever dure Franse geurtjes en Belgische bonbons dan het Roemeense bloed dat door haar aderen vloeit?” Bij ‘aderen’ pakt hij mijn pols vast, drukt zijn sigaret uit aan de binnenkant van mijn arm en slaat me zo hard in het gezicht dat het DNA uit mijn kapotte lip naar de andere kant van de kamer vliegt en op de kaart van communistisch Roemenië landt. De kamer draait, de kolonel wordt meerdere kleine kolonels die boven mijn hoofd als een babymobiel rondzweven. Zwart. “Mevrouw, dit is het eindstation, mevrouw, mevrouw…MEVROUW!” “He, wat, oh shit, zijn we d’r al, dank u wel!”. Ik voel het gepook van de oude mevrouw nog in mijn schouder terwijl ik warrig mijn jas half aandoe, mijn sjaal tegelijkertijd rond mijn nek zwiep en de trein uit struikel. Amsterdam Centraal. Ik loop de trap af. Om weer wakker te worden voordat ik op mijn werk kan verschijnen speel ik het spelletje dat ik altijd doe op stations, ik tel alle camera’s die ik zie. Oké, 1, 2,…3, 4, 5, 6….14. Bij 15 loop ik langs een groepje mannen, gele vestjes, NS op hun rug en een V op hun borst. Instinctief kijk ik naar de grond, dan in de verte, ik probeer uit angst te doen alsof ze niet bestaan. Dat doe ik altijd. Altijd. Vaak onbewust. Mijn hart klopt altijd sneller en nu nog sneller. Mijn DNA. Ik voel het in mijn bloed, ik voel mijn bloed. Bam! Met twee vingers zoek ik de pols in mijn nek. Met een knal is het gestopt met vloeien, ik voel het, ik krijg geen adem. DNA attack.

. il .

Comments are closed.